Het chagrijnige mensen-experiment (deel 1)

Ik ben ook wel eens chagrijnig, niet vaak, maar mensen dénken dat ik dan chagrijnig ben omdat mijn gezicht dan in die stand het lekkerst zit 😉 Ik bedacht mij dat ik een experimentje wil doen. Niks high-science, maar gewoon, luchtig, informeel, leuk. Althans, dat lijkt mij. En aangezien ik zelf de regie over mijn eigen leven neem, doe ik het gewoon 🙂

Het volgende: als je op straat loopt, zie je veel mensen. Okay. Veel mensen zijn ingedachten, sommige mensen zijn vrolijk en sommige mensen zijn chagrijnig. Althans, zo komen ze dan over. Het kan heel goed zijn dat dat in iemands karakter zit: van die mensen die altijd zeuren of negatief zijn. Altijd wat klagen. Winnen ze 6 miljoen bij de Staatsloterij, dan kunnen ze reageren: “Nou, ik las laatst een artikel over iemand die had 9 miljoen gewonnen”. Dat soort mensen. Wat ook heel goed kan, is dat mensen issues hebben. Problemen. Hun kinderen niet meer zien, financiële zorgen hebben of relationele problemen. Als buitenstaander kun je hier vaak weinig aan doen. Deze mensen laten natuurlijk een wildvreemde niet toe, om hun gedachten te delen. Snap ik ook. Jarengeleden zat ik er ook minder lekker bij, maar die tijden zijn nu gelukkig voorbij. Wel hou ik er rekening mee, dat mensen wél in ‘mijn oude situatie’ kunnen zitten.

Ik heb dit blog bewust “deel 1” genoemd, omdat ik over een tijdje wil kijken of mijn experiment geslaagd is, en dan “deel 2” kan schrijven. Met alle respect, licht ik één voorbeeld uit. Zonder naam of foto. Een straat of twee verderop is een man, die altijd naar beneden kijkt, altijd alleen is en loopt, ik heb hem nog nooit in de ogen kunnen kijken, ik heb hem nog nooit zien lachen. Hij woont en leeft alleen. Ik zag hem wel in een gloednieuw autootje rijden, dus ik denk dat hij financieel geen zorgen heeft. Wat gaat er in hem om? Je kunt zeggen: why do you care? maar zo denken al veel mensen. Veel mensen denken vooral aan zichzelf. Ik ben ook niet heiliger dan de paus, en kies ook voor mijzelf máár ik hou sterk rekening met anderen. Althans, met name de mensen waar ik om geef. Waarom verbreed ik deze bubbel niet, en probeer ik wat uit bij iemand waar ik geen enkele band mee heb, behalve dat hij medewijkbewoner is?

Wat ik ga doen, is elke keer dat ik hem tegenkom, hem vrolijk en oprecht begroeten. Niet geforceerd, niet clownerig, gewoon rustig beginnen. Ik denk dat hij de eerste keer zal denken: wat een rare gast? De tweede en derde keer zal hij denken: wat een volhouder, of misschien wel “zuiger”, maar ik denk dat hij na een keer of 4, 5, 6 toch wel “iets” gaat terugzeggen? Mijn doel is om hem te te laten groeten en/of te zien glimlachen. Hij zit wellicht helemaal niet om aandacht of op mij te wachten, maar mocht het wel werken, dan is mijn missie geslaagd en hoop ik in iedergeval één iemand in mijn woonwijk een heel ietsje pietsje positieve verandering te hebben kunnen meegeven. Ik hoop dat hij het dan ook gaat doorgeven aan anderen. Ooit.